Gevangenis
De ergste bijbaan die ik ooit heb gehad, was die in de Scheveningse gevangenis. Zonder inwerkperiode belandde ik op mijn eerste werkdag in mijn eentje op mijn nieuwe werkplek: de kantine van de bewakers. Ik kreeg een grote sleutelbos mee en er werd me op het hart gedrukt bij vertrek vooral de deuren en ramen goed te sluiten.
Bij binnenkomst werd ik gefouilleerd en mijn paspoort moest mee voor extra controle. Wanhopig probeerde ik bij alle loodzware deuren met tralies en sloten die ik tegenkwam alle honderdzeventig sleutels uit. In de kantine van het personeel moest ik achter de balie bewakers aan kroketten met friet helpen. Ik wist niet hoe de frituur werkte en het was niet in me opgekomen om het vettige ding op tijd aan te zetten. Ook de prijzen van de worstenbroodjes en candybars waren mij vreemd. Hoe de kassa werkte, wist ik ook niet en zo was ik compleet nutteloos. Er zat niets anders op dan de bewakers zelf te vragen of ze hun eten alsjeblieft eigenhandig konden pakken en ook het bedrag zelf even met me konden afrekenen.
Midden twintig en in een verplichte zwarte jurk met wit schortje rolde ik op mijn tweede dag een karretje met een voorraadje Coca-Cola-blikjes naar de recreatieruimte om de blikjesautomaat bij te vullen. Vindt dan maar eens de juiste sleutel voor dat verdomde apparaat, waarvan je geen idee hebt hoe het werkt, allemaal onder het toeziend oog van over tafels hangende, afwachtende gevangenen.
Aan het eind van de middag, toen de dienst van de bewakers erop zat, mocht ik eindelijk gaan. Ik deed alle lichten uit zoals me verteld was en haastte me het pand uit. Of ik alle deuren en hekken goed heb dichtgedaan, weet ik niet meer.
Na die tweede dag liet ik het erbij zitten. Het was overduidelijk dat ik geen toekomst had als kantinemedewerker in het gevang.